Op Prinsjesdag zijn verschillende fiscale maatregelen aangekondigd die vanaf 2027 en de jaren daarna gevolgen kunnen hebben voor ondernemers. Hieronder lees je welke maatregelen veranderen en wat daarvan de mogelijke financiële gevolgen zijn.
NOAB heeft de belangrijkste ontwikkelingen op een rij gezet. Hieronder lees je welke maatregelen veranderen en wat daarvan de mogelijke financiële gevolgen zijn.
Niet iedere maatregel is voor iedere ondernemer relevant. Wil je weten wat de plannen concreet voor jouw onderneming betekenen? Neem gerust contact met ons op. We kijken graag met je mee.
NOAB vraagt in de Prinsjesdagspecial nadrukkelijk aandacht voor de ontwikkeling van de belastingdruk voor ondernemers. Volgens de brancheorganisatie dragen ondernemers in het mkb, en met name het kleinbedrijf en startende ondernemers, verhoudingsgewijs zwaar bij aan de dekking van de stijgende overheidsuitgaven.
NOAB benadrukt daarbij dat zij geen oordeel geeft over de politieke keuzes achter extra uitgaven, bijvoorbeeld op het gebied van defensie, het sociale vangnet en klimaat. De zorgen richten zich vooral op de manier waarop deze uitgaven worden gefinancierd en de gevolgen daarvan voor ondernemers.
Om die zienswijze te onderbouwen, zet NOAB een aantal fiscale maatregelen op een rij waarmee ondernemers de afgelopen jaren te maken hebben gekregen of de komende jaren te maken krijgen. Hieronder hebben we de belangrijkste maatregelen uit de Prinsjesdagspecial voor je samengevat.
De zelfstandigenaftrek is een aftrekpost voor IB-ondernemers die voldoen aan het urencriterium van minimaal 1.225 uur per jaar.
De zelfstandigenaftrek wordt al sinds 2019 stapsgewijs afgebouwd. Niet alleen het aftrekbare bedrag is lager geworden, ook het maximale belastingpercentage waartegen de aftrek kan worden benut is in de loop der jaren gewijzigd.
Jaar | Aftrek | Maximale aftrek | Belastingvoordeel |
|---|---|---|---|
2019 | € 7.280 | 51,75% | € 3.767 |
2020 | € 7.030 | 46,00% | € 3.234 |
2021 | € 6.670 | 43,00% | € 2.868 |
2022 | € 6.310 | 40,00% | € 2.524 |
2023 | € 5.030 | 36,93% | € 1.858 |
2024 | € 3.750 | 36,97% | € 1.386 |
2025 | € 2.470 | 37,48% | € 926 |
2026 | € 1.200 | 37,56% | € 451 |
2027 | € 900 | 38,16% | € 343 |
Voor een ondernemer die aan het urencriterium voldoet, is het maximale belastingvoordeel hierdoor in 2027 € 3.424 lager dan in 2019.
Iedere IB-ondernemer heeft recht op de mkb-winstvrijstelling. Deze bedroeg van 2012 tot en met 2023 14%. In 2024 is de vrijstelling verlaagd naar 13,31% en sinds 2025 bedraagt deze 12,7%.
Bij een winst van € 75.000 betekent het verschil tussen 14% en 12,7%, uitgaande van een belastingtarief van 38,16%, ongeveer € 372 meer inkomstenbelasting.
De startersaftrek is een aanvullende aftrekpost voor startende IB-ondernemers. De aftrek bedraagt momenteel € 2.123 per jaar en kan maximaal drie keer worden toegepast.
Per 1 januari 2027 wordt de startersaftrek verlaagd naar € 10. Vanaf 2028 vervalt de regeling volledig.
Uitgaande van een aftrektarief van 38,16% loopt het belastingvoordeel voor een starter die de aftrek drie keer had kunnen benutten daarmee terug met in totaal circa € 2.430.
Voor ondernemers die vanuit een arbeidsongeschiktheidsuitkering een onderneming starten, bestaat een afzonderlijke startersaftrek. Hiervoor geldt onder voorwaarden een verlaagd urencriterium van 800 uur per kalenderjaar.
De aftrek bedraagt in het eerste, tweede en derde jaar respectievelijk € 12.000, € 8.000 en € 4.000. Deze regeling wordt in 2029 afgeschaft.
Uitgaande van een aftrektarief van 38,16% gaat het over de drie jaren samen om een belastingvoordeel van maximaal circa € 9.158.
De Willekeurige Afschrijvingen Startende Ondernemers (WASO) geeft starters de mogelijkheid om bepaalde investeringen versneld af te schrijven. Hierdoor kunnen afschrijvingskosten naar voren worden gehaald. De belastingheffing wordt daarmee feitelijk verschoven naar latere jaren.
De WASO wordt per 1 januari 2028 afgeschaft. Vooral voor startende ondernemers die bij de start van hun onderneming relatief veel investeren, kan deze wijziging gevolgen hebben.
Werkt je partner mee in je onderneming zonder daarvoor een arbeidsbeloning te ontvangen? Dan kun je onder voorwaarden gebruikmaken van de meewerkaftrek. De hoogte daarvan is afhankelijk van het aantal meegewerkte uren.
Meegewerkte uren | Aftrek |
0 - 525 | 0,00% |
525 - 875 | 1,25% |
875 - 1.225 | 2,00% |
1.225 - 1.750 | 3,00% |
1.750 of meer | 4,00% |
Vanaf 2027 worden de aftrekpercentages met 75% verlaagd. Vanaf 2030 wordt de meewerkaftrek volledig afgeschaft.
Bij een winst van € 75.000 en een partner die 20 uur per week meewerkt, bedraagt de huidige aftrek bijvoorbeeld € 1.500. Het wegvallen daarvan leidt volgens de berekening van NOAB uiteindelijk tot een netto nadeel van circa € 572.
De stakingsvrijstelling is een fiscale faciliteit voor IB-ondernemers die hun onderneming beëindigen. De vrijstelling bedraagt momenteel eenmalig maximaal € 3.630.
Vanaf 2027 wordt deze vrijstelling met 75% verlaagd naar € 907. Vanaf 2030 vervalt de stakingsvrijstelling volledig.
Uitgaande van een aftrektarief van 37,56% kan het volledig vervallen van de vrijstelling uiteindelijk circa € 1.385 extra belasting betekenen.
Voor ondernemers die hun onderneming via een bv voeren, blijft het tarief van de vennootschapsbelasting in 2027 volgens de plannen gelijk aan dat van 2026.
Jaar | Laag | Hoog | Vanaf |
t/m 2018 | 20,0% | 25,00% | € 200.000 |
2019 | 19,0% | 25,00% | € 200.000 |
2020 | 16,5% | 25,00% | € 200.000 |
2021 | 15,0% | 25,00% | € 245.000 |
2022 | 15,0% | 25,00% | € 395.000 |
2023 | 19,0% | 25,80% | € 200.000 |
2024 | 19,0% | 25,80% | € 200.000 |
2025 | 19,0% | 25,80% | € 200.000 |
2026 | 19,0% | 25,80% | € 200.000 |
2027 | 19,0% | 25,80% | € 200.000 |
Een dga die winst uit zijn bv als dividend uitkeert, betaalt hierover inkomstenbelasting in box 2. Sinds 2024 kent box 2 twee tarieven.
Jaar | Laag | Hoog | Vanaf |
t/m 2019 | - | 25,00% | - |
2020 | - | 26,25% | - |
2021 | - | 26,90% | - |
2022 | - | 26,90% | - |
2023 | - | 26,90% | - |
2024 | 24,50% | 33,00% | € 67.000 |
2025 | 24,50% | 31,00% | € 67.804 |
2026 | 24,50% | 31,00% | € 68.843 |
2027 | 24,50% | 31,00% | € 69.607 |
De maximaal belastingvrije reiskostenvergoeding wordt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer.
Voor werkgevers betekent dit dat zij werknemers een hogere kilometervergoeding belastingvrij kunnen verstrekken. Het blijft aan de werkgever om te bepalen welke vergoeding daadwerkelijk wordt gegeven.
Vanaf 1 januari 2027 krijgen werkgevers te maken met een nieuwe fiscale maatregel wanneer zij een fossiele personenauto ter beschikking stellen aan een werknemer die deze auto ook privé gebruikt. Woon-werkverkeer telt daarbij eveneens als privégebruik.
De werkgever krijgt dan te maken met een eindheffing in de loonbelasting van 12% van de cataloguswaarde van de auto. Bij een cataloguswaarde van € 40.000 gaat het bijvoorbeeld om € 4.800 per jaar.
Voor fossiele auto's die vóór 1 januari 2027 al ter beschikking zijn gesteld, geldt een overgangsregeling tot 1 januari 2031.
Naast bovenstaande wijzigingen noemt NOAB nog enkele andere maatregelen die voor specifieke ondernemers van belang kunnen zijn. Zo wordt de belastingvrije personeelskorting voor producten uit het eigen bedrijf in 2027 afgeschaft, vervalt de accijnskorting van 7,5% voor kleine brouwerijen in 2028 en wordt de bosbouwvrijstelling in 2029 afgeschaft.
Daar staan ook enkele verruimingen tegenover. Zo wordt de innovatiebox voor het mkb in 2027 verruimd van € 25.000 naar € 100.000 en stijgt het aftrekpercentage van de Energie-investeringsaftrek (EIA) van 40% naar 45,5%.
Bron: NOAB Prinsjesdag special 2026, tot stand gekomen in samenwerking met Marree & Van Uunen Belastingadviseurs.